Tolken in de zorg: opstelling zorgverzekeraars van belang

15 december 2011

Sprak onlangs met Leo Kliphuis van de LVG. Er is nog geen oplossing omtrent de tolken in de zorg. Collectieve financiering is gestopt per 1 januari. Zeer vele bestuurders, aanbieders en professionals pleiten voor een andere regeling, die ook wel te vinden is. Het is een kwestie van willen. Alle  onderzoeken en gegevens wijzen uit, dat het niet inzetten van tolken grote risico’s met zich meebrengt, zowel voor de gezondheid als voor de kosten van zorg. De kosten nemen voorspelbaar toe, risico’s bij diagnoses en behandeling eveneens. Je kunt wachten op ongelukken en dat besef wordt breed gedeeld. Willen we daarop wachten? In Nederland hanteren we het uitgangspunt ‘kwaliteit van zorg voor alle burgers’. Een tolk is bij mensen die de taal nog niet (goed) spreken  een voorwaarde voor goede en veilige zorg, die geregeld moet zijn, ook als mensen zelf een tolk niet kunnen betalen. Ons gezondheidszorgstelsel is gebaseerd op solidariteit, en dan wel voor iedereen. Alle betrokkenen zijn bereid na te gaan hoe tolken zo effciënt mogelijk kunnen worden ingezet,  maar afspraken erover zijn hard nodig. Het is een kwestie van willen. De opstelling en keuzes van zorgverzekeraars zijn nu erg van belang.

website huisarts-migrant gelanceerd

10 november 2011

Op 9 november 2011 vond de feestelijke lancering plaats van de website www.huisarts-migrant.nl, die door Pharos, de NHG en LHV ontwikkeld is. Op de website is voor huisartsen alle mogelijke kennis bij elkaar gebracht rondom de zorgverlening aan migranten. Kennis over aandoeningen, bijvoorbeeld ziektebeelden die bij bepaalde groepen allochtone cliënten (meer) voorkomen; over aandachtspunten bij diagnose en behandeling en communicatie. Daarnaast kennis over culturele aspecten die van belang zijn bij de zorg en voorlichtingsmaterialen die er bestaan. Ik ben er trots op: omdat op deze webiste heel veel bestaande kennis op een toegankelijke en praktische manier voor huisartsen bij elkaar is gebracht. Makkelijk tijdens het spreekuur te raadplegen. De website heeft een eigen redactie van huisartsen, die de site up to date houden. Bezoek de website: kijken!

Kennis gericht inzetten

21 september 2011

In de maatschappij valt extra winst te behalen in gezondheid en kwaliteit van zorg en preventie, onder andere bij migranten en mensen met een lage sociaaleconomische status (ses). Hoe wil Pharos daar de komende jaren aan werken?

Op de eerste plaats: niet van project naar project hoppen en alsmaar nieuwe dingen bedenken, maar duurzaam en gerichter in meerjarenprogramma’s met een lange adem, waarin we de kennis die er al is een stap verder brengen en implementeren. Waaraan we maatschappelijke outcome en maatschappelijke doelen verbinden. Bijvoorbeeld: over vijf jaar voldoet vijftig procent van de migrantenjeugd aan de norm voor gezond bewegen, vinden meer allochtone ouders en jongeren de weg naar laagdrempelige voorzieningen in plaats van zwaardere. Of: over vijf jaar is de effectiviteit van de huisartsenzorg voor mensen met een allochtone en ses-achtergrond verhoogd. Natuurlijk zijn dit doelen die een kenniscentrum als Pharos niet op zichzelf kan bereiken. Dit kan alleen door en samen met anderen gebeuren, met name cliënten en professionals. Zij zijn de belangrijkste actoren. De bijdrage van Pharos ligt aan de kenniskant. Wij kunnen met cliënten en professionals goede praktijken uitlichten en deze doorontwikkelen. Ondersteunen in het gebruik ervan en de uitkomsten samen volgen. Vanuit de outcome die we wilden bereiken; daar gaat het immers om. Dit klinkt vanzelfsprekend, maar is het niet. Kennis gerichter inzetten vind ik van groot belang. Ook op het terrein waarop Pharos werkt is veel goede kennis ontwikkeld, echter doorgaans in kortlopende projecten. Deze hielden op een bepaald moment op en de resultaten zijn daardoor in veel gevallen niet geborgd of verder onderbouwd. Daarom vraagt Pharos zich bij elk meerjarenprogramma af aan welke maatschappelijke outcomedoelen het bijdraagt. Maar ook: of en hoe de resultaten geborgd kunnen worden in gewone kwaliteitsinstrumenten zoals zorgstandaarden, richtlijnen, reguliere zorg- en interventieprogramma’s, veel geraadpleegde websites of informatiebronnen voor cliënten. Met het Nederlands Huisartsen Genootschap (nhg) hebben we bijvoorbeeld een langdurige samenwerking waarin we de NHG-richtlijnen aanvullen met kenniselementen die van belang zijn voor de zorg aan migranten- en lage-ses-cliënten. In het kader hiervan ontwikkelen we een specifieke kenniswebsite voor huisartsen. Met het Platform Zorgstandaarden en het toekomstige Kwaliteitsinstituut overleggen we over aanvullingen op zorgstandaarden zodat ze ook effectief worden voor allochtone cliënten en mensen met lage gezondheidsvaardigheden. Daarnaast helpen we de cqindex bruikbaarder te maken voor deze cliëntengroepen.
Vanzelfsprekend zijn migranten- en lageses-cliënten in al onze meerjarenprogramma’s actief betrokken. We gaan mét hen na wat werkzaam is en versterken hun eigen rol, ook als klant in de gezondheidszorg. Bijvoorbeeld op het terrein van voorkomen en terugdringen van somatisch onverklaarbare klachten, die veel voorkomen onder deze groep. Jarenlang is er teveel voor in plaats van met allochtone cliënten ontwikkeld, bijvoorbeeld op het terrein van voorlichting en informatie of diabetesbehandeling. Dat heeft invloed gehad op de effectiviteit van al die pogingen. Ons uitgangspunt is dat deze cliënten zelf ook verantwoordelijk zijn voor hun gezondheid en het effectief gebruikmaken van de voorzieningen. Deze groepen onderschrijven dat doorgaans zelf. Samen met tno gaan we een programma uitvoeren voor versterking van zelfmanagement onder dit deel van de cliënten; en samen met de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (npcf) een project waarin we de klantervaringen van deze groepen beter in beeld willen brengen.
Ten slotte is het de komende tijd van belang bestuurders en managers te ondersteunen in het nagaan of hun organisatie voor alle (potentiële) klanten goed werkt en effectief is. Zodat dit een vanzelfsprekend onderdeel wordt van hun business waarop ze kunnen sturen.

Kwaliteit van zorg voor alle burgers hoort op de bestuurdersagenda

20 juli 2011

Ons stelsel voor gezondheidszorg is er voor alle burgers. Ongeacht hun achtergrond. Daarover zijn we het in Nederland eens. We zijn het er ook over eens dat het stelsel voor alle inwoners goed moet werken. Dit uitgangspunt heeft Pharos gehanteerd in haar studie en advies Migranten, preventie en gezondheidszorg. Het vraagstuk van gezondheidszorg voor migranten is geen apart of exotisch vraagstuk, maar een gewoon vraagstuk van kwaliteit, effectiviteit en uitkomsten van zorg voor twintig procent van de Nederlandse bevolking. De gewone sturingsinstrumenten in de zorg en preventie kunnen en dienen hiervoor ingezet worden (standaarden, richtlijnen, kwaliteits- en prestatieindicatoren, managementinformatie, opleidingsvereisten e.d.). De reguliere gezondheidszorg moet zorg op maat bieden aan de diversiteit van de hele bevolking.
So far so good.
De afgelopen maanden hebben we dit thema met vele partijen in de gezondheidszorg besproken. Met zorgverzekeraars, cliëntenorganisaties, zorgaanbieders, koepelorganisaties, beroepsorganisaties, kwaliteitsinstellingen, Platform Zorgstandaarden, gemeenten, ministerie van vws, Inspectie voor de Gezondheidszorg en ook met woordvoerders zorg in de Tweede Kamer. Al deze partijen onderschrijven onze uitgangspunten en beschouwen ze als een goed gezamenlijk kader van waaruit zorg en preventie voor migranten benaderd dienen te worden. Er is dus een brede consensus aan het ontstaan op dit terrein. Wilde het onderwerp in het verleden nogal eens blijven hangen in de sfeer van een ideologisch vraagstuk, gericht op ‘achtergestelde groepen’, dan is die tijd nu wel voorbij. Breed wordt onderkend dat het gaat om twintig procent van de cliënten binnen het zorgstelsel en om effectiviteit van ons stelsel in den brede. Én om twintig procent van alle potentiële klanten in termen van marketing en omzet. Overigens valt deze redenatie door te trekken naar autochtone klanten met sociaaleconomische gezondheidsverschillen. In de gevoerde gesprekken stond steeds de vraag centraal: hoe gaan we op deze aspecten nu ook meer sturen? Een van de conclusies uit onze studie was en is namelijk, dat dat nog veel te weinig gebeurt. Er zijn veel goede initiatieven, projecten en good practices van professionals maar weinig daarvan zijn in zorgstandaarden of richtlijnen terechtgekomen. En vooral: het onderwerp is te veel bij hen alleen, de professionals, blijven hangen. Het staat als sturingsonderwerp nog veel te weinig op de agenda van bestuurders, aanbieders, verzekeraars, beroepsorganisaties, gemeenten en andere partijen. De raad van bestuur van een zorginstelling kan zich bijvoorbeeld afvragen: bereiken wij alle potentiële klanten, wat is de klanttevredenheid onder dit deel van de klanten, wat zijn de uitkomsten van zorg en preventie voor hen? Daarover kan men managementinformatie verzamelen. Opstellers van zorgstandaarden kunnen zich afvragen: welke aspecten en informatie kunnen opgenomen worden zodat de standaard toepasbaar is voor alle burgers? Er zijn diverse andere voorbeelden te noemen van hoe er op dit onderwerp gestuurd kan worden.
Het motto voor de komende tijd is: dit onderwerp hoort op de agenda van bestuurders van alle partijen in ons gezondheidszorgstelsel. Pharos stelt haar kennis graag aan hen ter beschikking.

Tolken in de zorg: inburgeringsbeleid en zorgbeleid en -wetgeving

10 juni 2011

In de zorg sector is veel onrust ontstaan over de aangekondigde maatregel de collectieve financiering van tolken in de zorg af te schaffen. Mensen zijn zelf verantwoordelijk om de Nederlandse taal te leren, stelt de minister. Dat is een waarheid die iedereen zal onderschrijven,  maar ook een waarheid die  op zichzelf verder niet meer zoveel van doen heeft met  het inzetten van tolken. Die worden namelijk ingezet bij nieuwkomers die of net binnen zijn, of de taal nog aan het leren zijn maar nog niet beheersen. Verder bij patiënten die om medische redenen de taal niet kunnen leren, bijvoorbeeld omdat ze gehandicapt zijn of  daar vanwege ziekte niet toe in staat zijn. Bij kinderen die de taal nog niet beheersen en bij oude mensen/oudkomers die  dit om diverse redenen niet gelukt is. Moeten we deze mensen kwalitatief goede diagnoses en behandeling ontzeggen? Dat risico lopen we immers als de communicatie tussen arts en patiënt onvoldoende is. Belangrijk om te weten is dat, ook als je het inburgeringsexamen hebt gehaald en daarin je verantwoordelijkheid hebt genomen, het  taalniveau doorgaans niet van dien aard is dat je al goed kan communiceren met de dokter. 

Pharos heeft in een brief aan de Kamer als kenniscentrum op een rij gezet wat er bekend is over de inzet van tolken en de mogelijke effecten van de voorgenomen maatregel. Uit onderzoek blijkt dat het inzetten van tolken de kwaliteit, veiligheid en effectiviteit van zorg verhoogt en de kosten van de zorg in zijn totaliteit verlaagt. De brief is te vinden op de Pharos website www.pharos.nl.  Vanuit kwaliteits-, veiligheids- en kosteninvalshoek lijkt er dus weinig onderbouwing te zijn voor de voorgenomen maatregel.  Die onderbouwing is ook niet te vinden in de wetgeving op het gebied van kwaliteit van zorg (o.a. de WGBO) en breed gedeelde beleidsuitgangspunten voor gelijke toegankelijkheid tot kwalteit van zorg voor alle inwoners van dit land. Het  is dus waarschijnlijk dat er andere redenen zijn voor de maatregel, vanuit het inburgeringsbeleid.  Het is echter van belang de beleidskaders voor het inburgeringsbeleid (ieder moet de taal leren) en het beleid en de wetgeving op het terrein van kwaliteit en veiligheid van zorg helder te onderscheiden en niet te laten conflicteren. En dat lijkt hier wel te gebeuren, met alle consequenties van dien.  Hoe je tolken zo zuinig mogelijk inzet, daarover is goed van gedachten te wisselen en kennis en ervaring voor in te zetten. Ook over wat een adequaat en effectief financieringssysteem voor de inzet van tolken is.   Daarvoor zijn ongetwijfeld meerdere oplossingen mogelijk.

Goeie discussie met collega-directeuren

10 april 2011

Deze week een goeie discussie gehad met 9 collega-directeuren van maatschappelijke organisaties tijdens een etentje in Utrecht. Het was de tweede keer dat we bij elkaar kwamen, om van gedachten te wisselen over wat zich op dit moment in de samenleving afspeelt, wat ons aandeel daaarin is en hoe onze organisaties zich daartoe kunnen verhouden. We hebben stilgestaan bij de achtergrond van de tegenstellingen en segregatie om ons heen, vooral bij de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden en het feit dat een deel van de bevolking zich niet goed vertegenwoordigd voelt door de bestuurlijke elite.  Ook bij de  ’verstatelijking’ van maatschappelijke organisaties die van subsidie afhankelijk zijn en nieuwe, eigentijdse vormen om de steun voor dit soort  organisaties vorm te geven.   Prima discussie, goed om hier gezamenlijk bij stil te staan en elkaar te voeden en inspireren, wordt vervolgd.

Wethouder

11 maart 2011

Deze week een prima gesprek gehad met Erick Dannenberg, wethouder van (o.a.) Gezondheid en Welzijn in Zwolle en voorzitter van de Commissie Volksgezondheid van de VNG. Iemand met visie en oog voor de verschillende groepen burgers in gemeenten.  We hebben  van gedachten gewisseld over het feit dat hoogopgeleiden het stelsel van preventie en zorg veel beter weten te gebruiken dan laagopgeleiden en wat daaraan te doen is. Ook gemeenten kunnen gerichter sturen op de doelstelling zorg, ondersteuning en preventie even effctief te laten zijn voor lage ses groepen en allochtonen. We hebben ook stilgestaan bij de vraag welke financiële voorwaarden er nodig zijn om te zorgen dat we ons stelsel daadwerkelijk gaan keren van ZZ naar GG (Ziekenzorg naar Gezond Gedrag).  Goed om kennis gemaakt te hebben met deze kritische wethouder met veel kennis van zaken.

Integratie en gezondheid

25 februari 2011

Het is toch verbazend hoe lang het geduuurd heeft voor de relatie tussen integratie en gezondheid op de agenda kwam. Dat begint er nu een beetje (veel is het echt nog niet…) op te lijken. In de Pharos -publicatie ‘Migranten, preventie en gezondheid’ (2010) hebben we erop gewezen dat deze relatie ten onrechte te weinig gelegd wordt.  Vorig jaar hebben we dat toegelicht in contacten met de toemalige Directie Inburgering en zijn de samenwerkingsmogelijkheden tussen de gezondheidszorg en inburgeringstrajecten besproken. En nu is daar het onderzoeksrapport van het Sociaal Cultureel Planbureau, waarin aangetoond wordt ‘dat gezondheidsproblemen van grotere invloed zijn op de arbeidsparticipatie van Turkse en Marokkaanse vrouwen dan gedacht’. Het SCP beveelt aan, evenals Pharos,  gezondheid mee te nemen in het beleid om de arbeidsdeelname te vergroten.  Toch vreemd, de uitspraak ‘van grotere invloed dan gedacht’. Al langer is bekend dat een deel van de allochtonen een slechtere gezondheid hebben of ervaren. En als je even doordenkt kan je bijna niet anders dan tot de conclusie komen dat dit van invloed moet zijn op diverse vormen van particpatie en andersom.  Dat geldt ook voor autochtonen met een slechte gezondheid, met name de groep burgers met sociaal economische gezondheidsproblemen. Hoe komt het toch dat deze relatie in het beleid toch zo weinig gelegd wordt/werd en investering in een betere gezondheid en zorg ook vandaaruit onderbouwd wordt? Gelukkig zijn er vele goede initiatieven om op dit terrein iets te doen. Pharos wil de meest veelbelovende de komende jaren verder (helpen) onderbouwen en verspreiden.

Samenwerking Pharos en NPCF

11 februari 2011

Gisteren kennisgemaakt met de nieuwe directeur van de NPCF, Wilna Wind.  Met haar de visie van Pharos besproken op wat er de komende jaren moet gebeuren om de positie van migranten als cliënt/patiënt te verbeteren.  Wilna onderschreef die van harte. Cliëntgerichte, kwalitatief goede zorg voor alle burgers, is het uitgangspunt.  NPCF, Pharos, andere cliënten- en patiëntenorganisaties en migrantenorganisaties gaan de komende jaren samen optrekken om dit te bereiken.

Zembla over terugkeer zieke asielzoekers leidt tot kamervragen

30 januari 2011

De Zembla-uitzending van vorige week zaterdag over terugkeer van zieke asielzoekers heeft tot kamervragen geleid van de Christenunie en Groen Links. In de uitzending uitten behandelend artsen kritiek op het Bureau Medische Advisering van de IND. De artsen van het BMA adviseren over de beschikbaarheid van medische hulp/voorzieningen in landen van herkomst. De kritiek van de behandelend artsen richt zich met name op het feit dat de beschikbaarheid niet hetzelfde is als feitelijke bereikbaaarheid en toegankelijkheid voor asielzoekers die ziek zijn, terugmoeten en van medicijnen of behandeling afhankelijk zijn.  Met alle gevolgen van dien voor hun gezondheid en soms leven/dood.  De discussie spitst zich toe op de vraag of de artsen van het BMA zich laten leiden door de  richtlijnen en code van hun beroepsgroep of meer door de richtlijnen van de IND. Deze discussie speelt al jaren. De publicatie ‘Arts en Vreemdeling’ van de KNMG met richtlijnen voor het handelen van artsen als ze in aanraking komen met het vreemdelingenbeleid, is een van de initiatieven geweest om hier verder in te komen. Deze richtlijnen kunnen veel beter verspreid en bekend gemaakt, dat zou al veel schelen. Het zou goed zijn als partijen wederom om de tafel gingen om overeenstemming over wat goed medisch handelen is  te vergroten. Dat moet toch mogelijk zijn, vanuit het perspectief van kwaliteit, codes en professionele criteria.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.