Het is toch verbazend hoe lang het geduuurd heeft voor de relatie tussen integratie en gezondheid op de agenda kwam. Dat begint er nu een beetje (veel is het echt nog niet…) op te lijken. In de Pharos -publicatie ‘Migranten, preventie en gezondheid’ (2010) hebben we erop gewezen dat deze relatie ten onrechte te weinig gelegd wordt. Vorig jaar hebben we dat toegelicht in contacten met de toemalige Directie Inburgering en zijn de samenwerkingsmogelijkheden tussen de gezondheidszorg en inburgeringstrajecten besproken. En nu is daar het onderzoeksrapport van het Sociaal Cultureel Planbureau, waarin aangetoond wordt ‘dat gezondheidsproblemen van grotere invloed zijn op de arbeidsparticipatie van Turkse en Marokkaanse vrouwen dan gedacht’. Het SCP beveelt aan, evenals Pharos, gezondheid mee te nemen in het beleid om de arbeidsdeelname te vergroten. Toch vreemd, de uitspraak ‘van grotere invloed dan gedacht’. Al langer is bekend dat een deel van de allochtonen een slechtere gezondheid hebben of ervaren. En als je even doordenkt kan je bijna niet anders dan tot de conclusie komen dat dit van invloed moet zijn op diverse vormen van particpatie en andersom. Dat geldt ook voor autochtonen met een slechte gezondheid, met name de groep burgers met sociaal economische gezondheidsproblemen. Hoe komt het toch dat deze relatie in het beleid toch zo weinig gelegd wordt/werd en investering in een betere gezondheid en zorg ook vandaaruit onderbouwd wordt? Gelukkig zijn er vele goede initiatieven om op dit terrein iets te doen. Pharos wil de meest veelbelovende de komende jaren verder (helpen) onderbouwen en verspreiden.