In de maatschappij valt extra winst te behalen in gezondheid en kwaliteit van zorg en preventie, onder andere bij migranten en mensen met een lage sociaaleconomische status (ses). Hoe wil Pharos daar de komende jaren aan werken?
Op de eerste plaats: niet van project naar project hoppen en alsmaar nieuwe dingen bedenken, maar duurzaam en gerichter in meerjarenprogramma’s met een lange adem, waarin we de kennis die er al is een stap verder brengen en implementeren. Waaraan we maatschappelijke outcome en maatschappelijke doelen verbinden. Bijvoorbeeld: over vijf jaar voldoet vijftig procent van de migrantenjeugd aan de norm voor gezond bewegen, vinden meer allochtone ouders en jongeren de weg naar laagdrempelige voorzieningen in plaats van zwaardere. Of: over vijf jaar is de effectiviteit van de huisartsenzorg voor mensen met een allochtone en ses-achtergrond verhoogd. Natuurlijk zijn dit doelen die een kenniscentrum als Pharos niet op zichzelf kan bereiken. Dit kan alleen door en samen met anderen gebeuren, met name cliënten en professionals. Zij zijn de belangrijkste actoren. De bijdrage van Pharos ligt aan de kenniskant. Wij kunnen met cliënten en professionals goede praktijken uitlichten en deze doorontwikkelen. Ondersteunen in het gebruik ervan en de uitkomsten samen volgen. Vanuit de outcome die we wilden bereiken; daar gaat het immers om. Dit klinkt vanzelfsprekend, maar is het niet. Kennis gerichter inzetten vind ik van groot belang. Ook op het terrein waarop Pharos werkt is veel goede kennis ontwikkeld, echter doorgaans in kortlopende projecten. Deze hielden op een bepaald moment op en de resultaten zijn daardoor in veel gevallen niet geborgd of verder onderbouwd. Daarom vraagt Pharos zich bij elk meerjarenprogramma af aan welke maatschappelijke outcomedoelen het bijdraagt. Maar ook: of en hoe de resultaten geborgd kunnen worden in gewone kwaliteitsinstrumenten zoals zorgstandaarden, richtlijnen, reguliere zorg- en interventieprogramma’s, veel geraadpleegde websites of informatiebronnen voor cliënten. Met het Nederlands Huisartsen Genootschap (nhg) hebben we bijvoorbeeld een langdurige samenwerking waarin we de NHG-richtlijnen aanvullen met kenniselementen die van belang zijn voor de zorg aan migranten- en lage-ses-cliënten. In het kader hiervan ontwikkelen we een specifieke kenniswebsite voor huisartsen. Met het Platform Zorgstandaarden en het toekomstige Kwaliteitsinstituut overleggen we over aanvullingen op zorgstandaarden zodat ze ook effectief worden voor allochtone cliënten en mensen met lage gezondheidsvaardigheden. Daarnaast helpen we de cqindex bruikbaarder te maken voor deze cliëntengroepen.
Vanzelfsprekend zijn migranten- en lageses-cliënten in al onze meerjarenprogramma’s actief betrokken. We gaan mét hen na wat werkzaam is en versterken hun eigen rol, ook als klant in de gezondheidszorg. Bijvoorbeeld op het terrein van voorkomen en terugdringen van somatisch onverklaarbare klachten, die veel voorkomen onder deze groep. Jarenlang is er teveel voor in plaats van met allochtone cliënten ontwikkeld, bijvoorbeeld op het terrein van voorlichting en informatie of diabetesbehandeling. Dat heeft invloed gehad op de effectiviteit van al die pogingen. Ons uitgangspunt is dat deze cliënten zelf ook verantwoordelijk zijn voor hun gezondheid en het effectief gebruikmaken van de voorzieningen. Deze groepen onderschrijven dat doorgaans zelf. Samen met tno gaan we een programma uitvoeren voor versterking van zelfmanagement onder dit deel van de cliënten; en samen met de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (npcf) een project waarin we de klantervaringen van deze groepen beter in beeld willen brengen.
Ten slotte is het de komende tijd van belang bestuurders en managers te ondersteunen in het nagaan of hun organisatie voor alle (potentiële) klanten goed werkt en effectief is. Zodat dit een vanzelfsprekend onderdeel wordt van hun business waarop ze kunnen sturen.